Maak kennis met Otto Berg 

Dirigent van diverse symfonieorkesten en cellodocent aan een muziekschool, dat was Otto oorspronkelijk, opgeleid aan het conservatorium. Deze ervaring nam hij mee toen hij na zijn studie Kunst & Kunstbeleid jarenlang (interim)-managementklussen deed in de cultuursector. In 2021 kwam hij bij CBCT als auditor.

Peer-auditor met helikopterblik
Hij is als peer-auditor de sparring-partner van de expert, die met een helikopterblik de kwaliteit van het auditproces bewaakt. En dat laatste is Otto op het lijf geschreven. Otto: ‘Als je mij in drie woorden wilt typeren, dan is dat communicatief, open en in grote lijnen denkend, dus met een “helicopter view”.’

Marskramer in goede ideeën
Hij vindt het contact met steeds weer andere mensen het leukst aan zijn rol als auditor. Otto: ‘Ik merk dat er bij zo’n audit ontzettend veel vragen zijn. Dan zeg ik: ga eens met de buurman praten, want die heeft het hartstikke goed geregeld. Ik ben een soort “marskramer in goede ideeën”.’

De audit is leuker dan gedacht
De eerste taak van een auditor noemt Otto de medewerkers op hun gemak stellen. ‘We zijn wel streng, maar niet afrekenend. En met de nodige humor. We zijn er voor jullie. En wat is er nou leuker dan dat je aan de audit ook nog wat inspiratie overhoudt? Bijna altijd hoor ik na afloop: eigenlijk valt het allemaal reuze mee. De audit heeft ons op goede ideeën gebracht. En jullie zijn helemaal niet zo streng. Het is leuker dan ik dacht!’

Durf je kwetsbaar op te stellen
‘Een audit werkt het best als een instelling zich kwetsbaar durft op te stellen,’ vindt Otto. ‘En als je ziet dat de audit kan helpen om dingen te verbeteren. Bij een heraudit zijn we soms een stok achter de deur. En voor taalhuizen bijvoorbeeld een breekijzer richting de gemeente: in de audit benadrukken we dat de gemeente haar verantwoordelijkheid in haar regierol moet nemen. Het helpt als je als auditor de cultuur- en bibliotheekwereld kent: hoe het managementteam werkt, hoe de relatie tussen de directeur en Raad van Toezicht of een bestuur werkt. En de relatie tussen de kunstinstelling of bibliotheek en de gemeente: je moet het in harmonie met de gemeente doen.’

Aan de wieg van het kwaliteitskader
Otto kent de kunstwereld als geen ander. ‘Stiekem stond ik een beetje aan de wieg van het kwaliteitskader.’ Rond de eeuwwisseling werkte hij bij de Kunstconnectie (later opgegaan in Cultuurconnectie) en had kwaliteitszorg in portefeuille. Samen met o.a. Wienke Blomen en Willem van Raaijen (nu ook peer-auditor bij CBCT) van adviesbureau Hobéon ontwikkelde hij het kwaliteitskader voor centra voor de kunsten en muziekscholen, dat later is samengegaan met dat voor bibliotheken. ‘Het leukste is dat ik bijna alle kunstencentra van binnen heb gezien. Dat waren vaak kleine muziekschooltjes die uitgroeiden tot grote instellingen met allerlei disciplines. Ik gebruikte het kwaliteitskader als een soort stappenplan om hen te helpen de organisatie professioneler in te richten. Dat vonden ze heel fijn om te doen.’

Verschil tussen kunstwereld en bibliotheken
‘Bij bibliotheken zijn mensen in loondienst, daar kun je een organisatie op inrichten en de kwaliteit daarvan toetsen,’ legt Otto uit. ‘Bij kunstinstellingen zijn er veel meer zzp’ers. Die bepalen samen met de mensen in loondienst de kwaliteit. Hoe toon je dat aan? Maar juist wat kleinere clubjes met zzp’ers zoals muziekscholen kunnen behoefte hebben aan een certificaat om te laten zien dat het goed gaat. Cultuurinstellingen hebben geen wettelijk kader en moeten hun maatschappelijke meerwaarde aan de gemeente laten zien om subsidie te krijgen.’

Muziek, koken en reizen
Voor Otto is een nieuwe levensfase aangebroken: ‘Ik maak nu meer tijd voor muziek en mijn andere grote hobby: koken,’ vertelt hij. Samen met zijn man heeft hij de Tijdberg in Deventer opgericht, een B&B en ontmoetingsplek voor (levens)kunst, cultuur, muziek en lekker eten.

Daarnaast maakt hij graag tijd voor gekke, avontuurlijke reizen.