Zicht op impact 

Bij de recente CBCT-audit behaalde Taalhuis Uithoorn
62 van de 69 punten. Een opvallend hoge score voor zo’n kleine organisatie. De twee projectcoördinatoren meten nauwgezet wat taaltrajecten opleveren en gebruiken die inzichten om het taalhuis verder te ontwikkelen. Daarbij werken ze nauw samen met de gemeente Uithoorn en besteden ze veel aandacht aan de vrijwilligers die de taalvragers begeleiden.

Projectcoördinatoren Carolijn Buskermolen en Rosanne Zijlstra zijn de enige betaalde krachten bij Taalhuis Uithoorn. Samen werken ze ruim één fte. Het taalhuis heeft ongeveer 65 vrijwilligers en bereikt jaarlijks zo’n 130 taalvragers. Carolijn: ‘Rosanne en ik zijn hier in juni 2025 gestart. De audit begon toen we hier nog maar net werkten, dus dat was wel spannend. Maar tegelijkertijd was het ook heel leerzaam want we hebben de organisatie hierdoor veel sneller goed leren kennen.’

Vijf jaar geleden doorliep Taalhuis Uithoorn zijn eerste audit. ‘Onze voorgangers zijn toen heel serieus met de resultaten daarvan aan de slag gegaan’, vertelt Carolijn. ‘Ze maakten het plan van aanpak bijvoorbeeld heel concreet en meetbaar, zodat we goed kunnen evalueren en rapporteren. En ze zijn ook heel serieus met privacy aan de slag gegaan, dus daar scoren we ook goed op.’

Carolijn en Rosanne begonnen dus met een mooi fundament. Zij verbeterden enkele dagelijkse processen. ‘Wij komen allebei uit het bedrijfsleven en zijn ontzettend van de efficiency. De intakegegevens bijvoorbeeld worden vooraf door de taalvrager zelf digitaal aangeleverd, zodat die het rechtstreeks ons systeem ingaan. Daarnaast hebben we zoveel mogelijk gestandaardiseerd in het werkproces. Dat klinkt klein, maar omdat we maar met z’n tweeën zijn, levert dit ons toch best wat extra tijd op die we weer aan andere zaken kunnen besteden.’

Strakke regie
Rob Boekhout was vanuit het CBCT een van de twee auditoren bij Taalhuis Uithoorn. ‘Ik denk dat er daar iets in de genen zit waardoor ze alles gewoon heel goed willen doen’, zegt hij. ‘De regie is strak en wat ik echt knap vind, is dat ze ondanks dat ze maar met zo weinig betaalde krachten zijn de meetbaarheid zo goed op orde hebben. Zij zijn hier wat mij betreft echt een voorbeeld voor andere taalhuizen.’ Taalhuis Uithoorn gebruikt hiervoor de impactmeting van Maurice de Greef, de SAVE monitor. Met vragen bij de start van een traject en aan het einde brengt deze methode in kaart hoe deelnemers hun eigen taalvaardigheid en deelname aan de samenleving ervaren. Taalhuis Uithoorn meet daarnaast ook tussentijds, zodat de coördinatoren gedurende het traject kunnen bijsturen. Het taalhuis neemt deze gegevens ook op in het jaarverslag.

‘Als mensen zich gezien voelen en graag bij de groep horen, vertellen ze dat ook verder’

Taalhuis Uithoorn heeft een goede band met de betrokken vrijwilligers, een groep die nog steeds groeit. Soms moeten nieuwe vrijwilligers zelfs even wachten op een passende taalvrager. ‘Als mensen zich gezien voelen en graag bij de groep horen, vertellen ze dat ook verder’, verklaart Carolijn. Ze vertelt dat ze laatst, ter ere van de Week van lezen en schrijven, een ‘Zing Nederlands met me’-evenement organiseerden. ‘Daar kwamen meerdere vrijwilligers met hun oude taalmaatje op af, dus dat vond ik wel mooi om te zien. We besteden dus niet voor niets ook veel aandacht aan de match die we maken.’
‘Bij de meeste taalhuizen zie je dat hun contact met vrijwilligers goed is’, zegt auditor Rob. ‘Maar wat ze in Uithoorn ook weer goed doen is dat ze ook de vrijwilligers goed monitoren.’ De coördinatoren spreken de vrijwilliger bij de start, tijdens en na afloop van een taaltraject. Ze bespreken het leerdoel, volgen de voortgang en bekijken samen wat er nodig is. Ook is er intervisie voor de vrijwilligers.’

Gunstige omstandigheden
Taalhuis Uithoorn doet dus zelf veel dingen goed, zo blijkt uit de audit. Daarbij profiteert het taalhuis ook van een paar gunstige omstandigheden, stelt auditor Rob vast. Zo nam de gemeente Uithoorn in 2016 zelf het initiatief voor een lokaal taalhuis, omdat de afstand tot het taalhuis in Amstelveen deelname in de weg stond. De gemeente is sindsdien nauw betrokken gebleven, wat voor een prettige continuïteit zorgt. De coördinatoren en beleidsadviseur spreken elkaar ongeveer eens per twee maanden en sturen vervolgens bij als dat nodig is.

Ook de organisatiestructuur helpt. Het taalhuis valt onder welzijnsorganisatie Samens en werkt vanuit de Bibliotheek Amstelland. Daardoor kan het gebruikmaken van onder meer het personeels-, vrijwilligers- en privacybeleid van Samens. Bovendien werkte de huidige directeur van Samens eerder zelf voor het taalhuis. Zij kent de praktijk en kan daardoor als inhoudelijke gesprekspartner optreden voor de twee huidige projectcoördinatoren.

Het netwerk rond het taalhuis is dus compact en de regie is daardoor duidelijk belegd. ‘Bij een netwerk met veel partijen is dat soms ingewikkelder’, ziet Rob. ‘Niet iedere partner voelt dan dezelfde betrokkenheid of urgentie.’ De duidelijke rolverdeling in Uithoorn is daarom een kracht.’

NT1’ers bereiken
Die compactheid heeft echter ook een keerzijde. Een van de ontwikkelpunten van het taalhuis is namelijk het bereiken van meer NT1’ers. Vorig jaar meldde zich slechts één persoon met Nederlands als eerste taal bij het taalhuis. ‘Ik weet dat andere taalhuizen het ook lastig vinden om deze groep te bereiken’, zegt Carolijn. ‘Er zit bij hen veel schaamte en ze hebben zich van alles aangeleerd om hun laaggeletterdheid te verbergen.’

Om deze groep beter te bereiken, is Taalhuis Uithoorn nu een project met scholen gestart. ‘Kinderen van laaggeletterde ouders hebben zelf een grotere kans om moeite te krijgen met lezen en schrijven’, vertelt Carolijn. ‘Als je ouders op een goede manier uitlegt dat zij hun kind helpen door met hun eigen taalvaardigheid aan de slag te gaan, kan dat misschien een extra motivatie zijn. Via scholen proberen we nu met deze ouders in contact te komen en die cyclus te doorbreken.’

Voor Taalhuis Uithoorn wordt het dus zoeken naar een balans: het netwerk verbreden om ook meer NT1’ers te bereiken en tegelijkertijd de korte lijnen en strakke regie vast blijven houden. Getuige het auditrapport ligt er in elk geval al een stevige basis. ‘Als het lukt deze groep beter te bereiken, kan het taalhuis bij hen hopelijk hetzelfde teweegbrengen als wat we nu bij veel NT2’ers zien’, zegt Carolijn. ‘Daar zie je het zelfvertrouwen groeien als ze de taal beter spreken, waardoor ze zich weer makkelijker in de maatschappij kunnen bewegen en daar verder kunnen groeien en leren. En dat is natuurlijk waar we het uiteindelijk voor doen.’